HomeTekststructuren › Vraag-en-antwoordstructuur

Structuur 04 van 07

Vraag-en-antwoordstructuur

Een centrale vraag in de inleiding, beantwoord in het vervolg van de tekst.

Wat houdt deze structuur in?

Bij de vraag-en-antwoordstructuur opent de schrijver met een duidelijke vraag en de rest van de tekst geeft daar antwoord op. De vraag stuurt alles: elke alinea draagt bij aan het beantwoorden ervan. Soms is er één vraag met één antwoord, soms één vraag met meerdere deelantwoorden.

Deze structuur is populair in journalistiek en voorlichting, omdat een vraag de nieuwsgierigheid van de lezer prikkelt. De vraag staat vaak letterlijk in de titel of de eerste alinea ('Waarom slapen we eigenlijk?') en wordt daarna stap voor stap beantwoord.

Let op het verschil met de probleem-oplossingstructuur. Een vraag is niet automatisch een probleem. 'Hoe werkt een vulkaan?' is een informatievraag, geen probleem dat om een oplossing vraagt. Pas als er iets is wat verbeterd of opgelost moet worden, kantelt de tekst naar probleem-oplossing.

Het schema

InleidingMiddenstukSlot
Een vraag.Het antwoord of de antwoorden.Een samenvatting of conclusie.

Signaalwoorden om op te letten

Deze woorden en zinsdelen wijzen vaak op de vraag-en-antwoordstructuur. Let op: ze zijn een hint, geen bewijs — kijk altijd ook naar de opbouw van het geheel.

waaromhoewatde vraag ishet antwoord luidtdit komt doordatom te beginnenkortom
Voorbeeld: een tekst over geeuwen

Waarom moeten we geeuwen als we iemand anders zien geeuwen? (inleiding: vraag)

Een eerste verklaring is dat geeuwen besmettelijk is door inlevingsvermogen: we kopiëren onbewust het gedrag van anderen. (antwoord 1)

Een tweede verklaring is dat geeuwen de hersenen afkoelt en zo de aandacht scherp houdt. (antwoord 2)

Kortom: geeuwen is waarschijnlijk zowel sociaal als lichamelijk te verklaren. (slot: samenvatting)

Waarom dit klopt

De inleiding stelt een vraag, het middenstuk geeft twee antwoorden, en het slot vat samen.


Veelgemaakte fouten

Bij deze structuur gaat het vaak op dezelfde manieren mis. Houd deze valkuilen in je achterhoofd:

Veelgemaakte fout

Elke vraag als probleem zien. Een informatievraag ('hoe werkt iets?') is geen probleem. Alleen als er iets moet worden opgelost, is het een probleem-oplossingstructuur.

Veelgemaakte fout

Een retorische vraag overschatten. Soms staat er een vraag in de tekst die niet de hoofdvraag is, maar slechts een stijlmiddel. Zoek de vraag die de hele tekst stuurt.

Veelgemaakte fout

Meerdere antwoorden over het hoofd zien. Eén vraag kan meerdere antwoorden hebben. Tel niet te snel; lees of er nog deelantwoorden volgen.

Oefenen

Test jezelf

Op de oefenpagina staan veertien teksten door elkaar. Bij elke tekst is het juist de vraag welke structuur erin zit — herken jij hem terug?

Naar de oefeningen